Als vogels een fanclub zouden hebben, geheid dat die van de zwartkop (Nettelkrûper) werd voorgezeten door Jac. P. Thijsse, de grote natuurvorser van de vorige eeuw. Mocht hij denkbeeldig even mijn pen kunnen overnemen, gegarandeerd dat hij ons binnen de kortste keren met superlatieven om de oren slaat. Uit Het Vogeljaar:

"Alles is heerlijk aan den zwartkop-graschmus, de poëet onder de poëten. Een vogel wars van rang en stand die even gemakkelijk zijn liedje zingt bij deftige...

Natuurlijk stond de hij op mijn verlanglijstje. Kijk alleen maar naar die enorme kokkert! Toch lukte het mij nog nooit om hem op mijn netvlies te krijgen. Tot vandaag. En hoe! Pontificaal in het strijklicht van de eerste zonnestralen. Maar toch knaagt er iets. Iets onbestendigs waar ik geen vinger op kan leggen. Is het de hut van waaruit ik hem bespied? Kan zijn dat de fotohut van Han Bouwmeester, HB9 voor intimi, té comfortabel is? Is het misschien het voer dat wij rond het door mens...

Oktober, maand van omslag en onrust. Machtige aantallen vogels trekken zuidwaarts, gedragen door schrale noorderwinden. En met zoveel vogels in de lucht, zijn roofvogels nooit ver weg. Roofvogels zoals het smelleken (stienwikel) op deze prachtig verstilde plaat van Rein Hofman. Halverwege oktober duikt hij bij ons op, in het kielzog van zijn op de vlucht geslagen proviant. Mooi trefkansje op Europa's kleinste valk - smellekens zijn nauwelijks groter dan een lijster - bieden onze kweld...

Oktober, de Oude Venen.In een desolaat decor van afstervend riet en onpeilbaar zwart water houdt Neerlands kleinste snip zich schuil: het bokje (heale snip). Bokjes zijn echte einzelgängers, je ziet ze vrijwel altijd alleen. Áls je ze ziet, want in hun met rietpatroon bedrukte verenpak, weet je nooit waar het riet eindigt en het bokje begint.  Alleen wanneer een mensenvoet hem dreigt te pletten, gaat hij op de wieken en zien we zijn twee gele rugstrepen en prachtige metaalglanzen. Ooi...

June 22, 2019

Er zijn van die vogels die oplichten in het landschap. Neem de gele kwikstaart bijvoorbeeld, of de blauwborst. En wat te denken van deze roodborsttapuit, pronkend op een paaltje in de Oude Venen? En het net is alsof hun pak in primaire kleuren symbool staat voor hun zelfvertrouwen. Het steelse van de grijze braamsluiper en tuinfluiter is hen vreemd. Aplomb en zonder valse bescheidenheid op draad en paal; de kleurigen en fleurigen.

Grijs is niet negatief,
't zet kleur in perspectief...

Mij eerste vogelboek kreeg ik toen ik zeven was. Een charmant werkje van Ko Zweeres: Vogels om ons heen. Hóe ver om ons heen, stak bij Ko niet zo nauw, want zowel huismus als stormvogel kregen van hem een plekje. Afstand is relatief voor een lenige geest. En het was Ko die 45 jaar geleden mij voorstelde aan de groene specht (grienspjucht). Op pagina 126, met een illustratie van Rein Stuurman. Een prent zó groen, dat mijn jonge ziel er spoedig van werd doortrokken. Onaards gelijk een s...

In de vijftig tinten grijs van de Anjumer akkers, zien we in mei met enig fortuin een fraai accent: de morinelplevier, broedvogel van Laplandse gebergten. Sami noemen hem Lahol, Friezen greate bûnte wylster. Wat beide volken gemeen hebben, los van hun minderheidstaal, is hun liefde voor deze kleine plevier, Want wat is hij mooi! Of beter gezegd: wat is ZIJ mooi, want tegen alle vogelconventies in, draagt de vrouw de fraaiste kleren. En de broek! Als echte diva laat ze het broeden en o...

Nog steeds en een beetje steels, terwijl veel van onze broedvogels tot hun nek in de kinderen zitten, trekt een gestage stroom vogels richting het noorden. Naar Scandinavië, waar ze in de korte arctische zomer hún kroost zullen grootbrengen. Zoals deze bosruiter (foto: Johan Kootstra), die tot 1935 nog in ons eigen hoogveen broedde. Maar 'das war einmal'; nu zien we hem alleen nog op doortrek in ondiepe zoetwaterpoelen aan de zomen van Friesland, zoals hier bij het Lauwersmeer. Deze p...

De koekoek: vogel van raadselen, klokken en een verdwaalde sportcommentator. Dat hij zijn eieren in de nesten van andere vogels legt, is genoegzaam bekend, maar hóe hij dat doet was eeuwenlang voer voor wetenschappers. Algemeen werd aangenomen dat het vrouwtje haar ei op de grond legde en deze met haar snavel in het nest van andere vogels deponeerde. Tot in 1919 de Duitse wetenschapper Ernst Nieselt in Als der Heimat de boute stelling poneerde dat de koekoek zélf zijn eieren uitbroedt...

Please reload

Recent

October 18, 2019

Please reload

Archief
Please reload