Bomans

Godfried Bomans, begenadigd verhalenverteller uit de vorige eeuw, vertrok steevast een kwartier eerder van huis dan op de keeper beschouwd noodzakelijk was. Dat kwartiertje gaf zoveel armslag, dat hij zich met de jaren een heerlijk losse wandeltred had aangemeten. Het kon niet anders, zo dachten tijdgenoten, of die Bomans zwom in een zee van tijd. Nu, vijftig jaar later, denk ik weer aan hem. Reden is deze watersnip, die onder de schuilhut van Ezumakeeg zijn veren poetst, een uiltje knapt en een wormpje prikt. Hij is koploper van duizenden soortgenoten die eind september onze slikken zullen overspoelen. Snippen uit gebieden die tot ver in Rusland reiken. Maar zover is het nog niet, eerst kan

Pasje achteruit

Ezumakeeg, twee ogenschijnlijk identieke strandlopertjes. Ogenschijnlijk, want het geoefend oog weet beter. Zoals het oog van mijn buurman, die door een indrukwekkend telecanon tuurt. Hoewel kwaliteit niet altijd in de lengte zit, weet ik uit ervaring dat de expertise van vogelaars doorgaans recht evenredig is met de lengte van hun lens. "Temmincks voor, kleine achter" klinkt het beslist. Omdat hij aan de uiteinde van mijn bescheiden lens ook een bescheiden vogelaar vermoedt, volgt een toelichting: Temmincks strandlopers zijn veel donkerder dan kleine, die op zijn beurt weer te herkennen zijn aan de lichte 'V' op hun rug. Kort daarop laat hij op zijn camera een indrukwekkend portret van een

Comfortzone

Bovenstaand een tjiftjaf in de dop. Of beter gezegd, uit de dop; eind juli is de tijd waarin jonge tjiftjaffen zich voor het eerst aan de wereld presenteren. Ietwat 'skrutel' (schuchter), ietwat onhandig. Rechtstreeks uit de tuin van buurvrouw, die goddank nooit schoffelt, harkt of wiedt. En dan krijg je wat je verdient: winterkoninkjes, spotvogels, merels en tjiftjaffen. Tjiftjaffen die zo nu en dan uit hun comfortzone van brandnetels stappen en vol ongeloof naar onze tuin van Hollandse keurigheid staren. Nooit lang; mensen met strakke gazons zijn zelden te vertrouwen.

Freon

De rietgors is met recht een beginnelingenvogel, zowel voor vogelaar als fotograaf. Zijn zwarte pet is onmiskenbaar, daar kan geen twijfel over bestaan. Hoe anders is dat bij de lastig te determineren 'pieperrommel'. Ook voor fotografen is de rietgors mild. Zelfs voor mij, met mijn gehannes aan knoppen en lenzen. Wetenschappelijk bewezen is het niet, maar ik durf de stelling aan: "des te onhandiger de fotograaf, des te geduldiger de rietgors." En ook het seizoen laat hem koud. Want zelfs in juli, als het gros van de vogelwereld zwijgt en in retraite gaat, klinkt nog steeds zijn stamelend lied. Alsof het mei is! Dus voor wie de hele dag niets in lens of kijker heeft gehad, wende zich tot de r

Eender

In juli lijken alle eenden een dame te zijn; de schitterende groene en blauwe staalglanzen van de woerden zijn verdwenen. De eenden ruien en verliezen samen met hun veren tijdelijk ook hun vliegvermogen. Een kwetsbare periode waarbij je als eend niet teveel in het oog wilt springen. Een sjofel pakje, het 'eclipskleed' helpt daarbij.

BBC

Zou deze kleine plevier beeldvullend kúnnen vergroten, zodat hij u schalks in de ogen zou kijken. Maar natuur, en zeker kleine vogels, laten zich zelden pontificaal in ons blikveld vangen. Hoe frusterend eertijds de natuurfilms van de BBC, waar winterkoninkjes haarscherp en monstrueus onze huiskamer inkeken. Want eenmaal buiten ontdekte je dat vogels meestal als vage strepen je ooghoek uitvlogen. Daarom dit zoekplaatje om deze musgrote plevier een beetje in het juiste perspectief te plaatsen. Zie het ook als een ode aan weleer. Aan het mega-pixelloze tijdperk. Of zou het toch het onvermogen van de fotograaf zijn het beestje een beetje fatsoenlijk in beeld te krijgen?

Studenten

Juli, kemphanenmaand! Helaas niet meer op de klassieke 'toernooiplaatsen'; de soort is serieus bedreigd en de laatste broedvogels hebben zich teruggetrokken in intensief beheerde reservaten. Maar toch, de grandeur van hun voorjaarskragen weerspiegelt zich nog steeds in het tweedehands pak van vogels die aan het eind van het broedseizoen bijtanken op onze kwelders (vogelhut bij Ezumakeeg!). En geen kraag gelijk. Voor Friezen eertijds reden Franeker studenten hoantsen (Fries voor kemphanen) te noemen vanwege hun 'nuvere' (vreemde) levensstijl en immer wisselende kleding.

Geoorde fuut

Een verhaal apart, de geoorde fuut. De van oorsprong Oost-Europese soort heeft zich sinds het begin van de vorige eeuw met sprongen over Noordwest-Europa verspreid. In 1918 werd Nederland 'geannexeerd', in 1938 Friesland. Nabij Eernewoude om precies te zijn, niet toevallig ook de plaats waar ik hem nu, tachtig jaar later, voor de lens krijg. De Oude Venen verdienen sowieso een bezoek, want waar geoorde futen huizen, is het fijn vertoeven.

'Ojevaar'

De tweede 'snee' gaat eraf, en dat trekt flink wat vogels. Kauwen, roeken, reigers, spreeuwen, meeuwen en ... ooievaars. Ooievaars die hier vroeger zo'n gewone én welkome verschijning waren. Zo schrijft Doeke Hellema, boer op Barrahús even ten noorden van Wytgaard, in 1824 in zijn dagboek: "De Ojevaars vermenigvuldigen alhier in den omtrek jaarlijks, en geen wonder, een ieder is met de komst van een paar dezer vogels vereert, en ruimt dezelve gaarn eene plaats en wanneer zij genegentheid betoonen om ergens te nestelen." Maar begin vorige eeuw ging het snel bergafwaarts met de soort en in 1973 verstomde het geklepper definitief toen de earrebarre niet meer terugkeerde op zijn laatste nest in

Chapeau...

​​​​Voor het tweede opeenvolgende jaar broedt bij ons een feale miggesnapper (grauwe vliegenvanger). Waar precies weet ik niet; het fanatisme waarmee ik als jongen naar nesten zocht, is verdwenen. Wel zie ik hem iedere dag, kaarsrecht en met grote ogen, op van zijn vaste posten rond ons huis. Vanaf hier loert hij op insecten, die na een korte achtervolging hoorbaar uit de lucht worden gehapt. Hij mist zelden, en dat is opmerkelijk. Zeker als je bedenkt hoe moeilijk het is voor ons, de mens, een zittende mug te raken. Zelfs met een vliegenmepper.... Een vliegenvanger doet het slechts met één vierkante centimeter bek. En in de lucht! En in het schemer. Chapeau! Update 13 juli 2017: buurvrouw l

De leg uit...

Het gaat cresendo met ons paartje fjildmosk (ringmus); inmiddels zijn ook de kinderen van het tweede legsel de 'deur uit'. De ouders lijken moe, getuige ook het wat ferfomfaaide verenpak. Beide hebben de leg uit, letterlijk.

Boomvalk

Dit jaar mij voorgenomen een boomvalk te zien. Een bescheiden wens, maar desondanks meerdere malen de tank volgegooid om eindelijk twee weken geleden de soort in Overijssel af te kunnen strepen. Tendens is dat de de boomvalk onder druk van de havik steeds meer zijn toevlucht zoekt tot het platteland. Platteland dat achter ons tuinhek begint. In dit platteland, op honderd meter afstand, een rij populieren. En in deze populieren...precies! Een paartje boomvalken, in ons eigen theater! Het onderstreept maar weer eens: Vogels heb je niet aan een touwtje (Epie Mulder).

Recent
Archief