Oer de wjok

Kieviten in een melkachtige avondzon; een vertrouwd tafereel op fraaie nazomerdagen als deze. Een gemengde groep van jonge en oude vogels, waarvan de laatste hun veren wisselen voor de naderende najaarstrek. Anders dan bij eenden ruien kieviten hun veren geleidelijk, zodat ze nog altijd 'luchtwaardig' zijn, ondanks gaten in hun pak. Ruien kost brandstof, reden waarom ze graag foerageren in oude (wormenrijke) weilanden. In deze groep van zo'n tweehonderd vogels ook 'lippen' uit Centraal-Europa, die direct na de broedtijd naar ons land trekken. En dat worden er straks nog meer, tot soms 700.000 in november. Tot de vorst toeslaat en de kievit zich laat afzakken tot onder de vorstgrens. Mocht de

Zondagspak

Eind augustus hebben de meeste spreeuwen hun verschoten broedpak ingewisseld voor een nieuwe. Met spikkels! Dit wit op hun vogelpunten zal gedurende de winter afslijten tot in het voorjaar alleen nog het zwart resteert. Met prachtige staalglanzen, dat dan weer wel. Wat dus lijkt op een bruidskleed, is in feite het afgedragen winterkloffie!

Grienskonk

Wie in augustus langs de slenken van het Noorderleech slentert, komt ze vroeg of laat tegen: groenpootruiters. Direct na de broedtijd zijn ze afgezakt uit hun noordelijke broedgebieden in Scandinavië en Rusland en tanken hier bij voor hun reis naar Afrika. Een echte nazomervogel die aan de zweem groen in zijn poten namen dankt als greenshank (Engels), Grünschenkel (Duits) en grienskonk (Fries). Voor mij dekt de Latijnse soortnaam Nebularia (mistflard, wolk) de lading meer; bij het minste of geringste gaat hij op de wieken en lost op in de nevels van de kwelder.

Bidden

De torenvalk, hier gewillig poserend in het Noorderleech, is onze vroomste roofvogel, zei ooit J.P. Thijsse. "Want", zo vervolgde de grote natuurvorser, "hij is namelijk de enige die bidt voor zijn maaltijd." Maar tegenwoordig hij is niet langer de enige religieuze jager in onze contreien; steeds vaker zie je boven wegbermen ook buizerds bidden. Mogelijk dat ze de techniek van hun noordelijke neef de ruigpootbuizerd hebben afgekeken, die hier 's winters logeert en al langer in de Heere is. Inmiddels is de buizerd de torenvalk voorbij gestoken als meest algemene roofvogel van Nederland...

Vrolijke noot

Augustus is een schrale maand voor vogelzang. Vogels hebben letterlijk de leg uit en beperken zich tot geagiteerde kreetjes als mens of poes langsloopt. Maar er is een vogel die ook in de oogstmaand, zijn negen centimeter ten spijt, een geweldige keel opzet. Je zou bijna verwachten dat het beestje zit te stuiteren op de tak, zo krachtig zijn trillers. Voor wie zich wil verdiepen in vogelzang; augustus is een mooie maand om het riedeltje van de winterkoning te leren kennen. Want ieder riedeltje is van het lyts tomke. Eerlijkheid gebied te zeggen dat zijn zang niet meer zo gepolijst is als het door liefde gedragen voorjaarsvers. Her en der sluipen wat slordigheidjes in de partituren, of geeft

Dame

Ook vogels knipperen met hun ogen. Zoals deze merel in buurvrouw ’s achtertuin. Vandaar de ietwat troebele blik, gevolg van het doorzichtige knipvlies dat van onder het ooglid over het oog wordt getrokken. Dit vlies smeert het hoornvlies, waardoor het schoon en vochtig blijft. Gapen doen ze ook, volgens wetenschappers om de hersenen te af te koelen. Geportretteerde slaat hier twee vliegen in een klap; klare ogen én koele hersenen. Het kan niet anders, deze merel moet wel een dame zijn.

Kraai

Eernewoude, het poepbruine zwerk staat bol van dreigende buien. Een sfeer van suspense, geaccentueerd door deze kraai op dode tak. Er is weinig fantasie voor nodig om in deze vogel – zoals eeuwen lang gemeengoed was - een voorbode van dood en verderf te zien. Weinig soorten zó verguisd en vervolgd, en misschien is dat de reden waarom kraaien altijd op hun qui-vive zijn. Zo ook deze kraai. Hoewel de foto op respectabele afstand is genomen, is een druk op de ontspanner voor hem voldoende om zijn kop, eerst nog droog opgeborgen in zijn verenpak, naar buiten te steken. Een tel later is hij verdwenen en ik weet het zeker: tussen mens en kraai komt het nooit weer goed.

Punkmees

In zijn prachtige Wintervogels bekende vogelschilder Lars Jonsson vaak te worstelen met het kleurenpalet van de pimpelmees: 'die ongrijpbaar zachtgele tint [...] gemaakt om het blauw te complementeren, als mat inpakpapier voor een glanzende edelsteen.' Voor soortgenoten licht die ultramarijne kruin nog sterker op, omdat pimpelmezen ook ultraviolet licht kunnen waarnemen, handig om groene rupsen weg te plukken onder even zo groene bladeren. Die lofzang op de prachtige kleuren van de pimpelmees geldt (nog) niet voor bovenstaand portret, vastgelegd op een onbewaakt ogenblik in de vroege morgen.

Dirty mind

Zo vanaf juli arriveren de eerste (Oost-Europese) wulpen in Nederland. Veelal op slikken en pas gemaaide weilanden, waar ze afwisselend foerageren en rusten. Heel veel rusten. ’s Avonds trekken ze naar hun vaste, natte slaapplaatsen, zichzelf begeleidend met dat droef melancholische ‘koerlie’. Ze lossen ‘onze’ grutto’s af, die inmiddels richting Sahara zijn opgeschoven. En je kunt er niet omheen; een wulp wijst naar zijn gulp. Want wat een snavel heeft hij toch! In menselijke proporties bijna een halve meter neus. Hoewel enkelen aardig in de buurt komen, zou zo’n giek de doorsnee mens toch aardig belemmeren. Denk aan het aantrekken van een trui, of het drinken van een glas wijn. Voordelen zi

Hoop

Elke natuurorganisatie zal je vertellen dat het slecht met ons milieu gaat: bossen verzuren, sloten vervuilen, soorten verdwijnen. Desondanks zie ik, als ik door het monumentale Vogels in Friesland (1976) blader, opmerkelijke lichtpuntjes. Veel soorten die je veertig jaar geleden nog met een lampje moest zoeken, stofferen nu met regelmaat het landschap. Zeearend en kraanvogel zijn hiervan wel de meest aansprekende voorbeelden, maar ook deze krooneend mag er zijn. Hier dobbert een vrouwtje (de man is weer de hort op) met twee jongen onder de kust van het Ijsselmeer. Twee jongen die belichamen dat het glas niet altijd half leeg is, maar van tijd tot tijd overstroomt met hoop.

Flamengo

In de nazomer trekken duizenden futen naar het Ijsselmeer. Onder zijn oevers ruien en schuilen ze, vleugellam en kwetsbaar. Alleen tijdens de ochtend- en avondschemering zoeken ze dieper water op en jagen op spiering, hun stapelvoedsel. Vogels besteden veel tijd aan het soigneren van hun veren. Zeker watervogels als de fuut, voor wie een waterdicht verenpak van levensbelang is. Maar alleen bij futen – ooit bejaagd om zijn ‘futenbont’ – wordt poetsen kunst. Want met het aquamarijn groene water als lijst en de kastanjebruine kop als kwast, wordt iedere beweging een nieuw schilderij.

Recent
Archief