Witte kwikstaart

Her en der zijn ze er nog, de witte kwikstaartjes. Vooral daar waar aarde door mens of dier wordt beroerd, zoals in deze paardenbak bij Workum. Dan zijn kwikstaarten er als de kippen bij om het opstuivend insectenspul – of dipterendom zoals Thijsse zo prachtig zegt - te vangen. Thijsse heeft ze zelfs een mol zien begeleiden, ‘die een halven decimeter onder de oppervlakte zijn tunnel boorde, den grond deed splijten en zoo voor onzen kwikstaart menig lekker hapje tevoorschijn bracht […]’. Aan dit volgen van mens en dier dankt hij namen als akkermannetje, bouwmannetje, paardenwachtertje, koewachter en ploegdrijvertje. En het laatste en mooiste voorbeeld over het boumantsje als ‘schaduw’ van d

Memento Mori

Deze morgen is de lucht langs het IJsselmeer vergeven van zwaluwen. Huis- oever-, maar vooral boerenzwaluwen. Zwaluwen die opvetten en hun veren soigneren voor de Grote Reis. Een heroïsche reis van meer dan achtduizend kilometer, nog voorbij de verzengende woestijnen van de Sahara. Heroïsch ook omdat van deze zwaluwen, die per stuk slechts een eetlepel kwark wegen, maar een klein gedeelte terug zal keren. En dat plaatst dit portretje van deze jonge boerenzwaluw, twee meter naast de auto, in een droef perspectief. Memento Mori op een stralende dag.

Schaamsoort

Nico de Haan (baardmannetjes) en ik hebben twee dingen gemeen: onze liefde voor vogels én onze gemeenschappelijke 'schaamsoort'. Een 'schaamsoort' is een vogel die heel vogelend Nederland heeft afgestreept. Iedereen...behalve jij! Nu is dat voor mij niet zo vreemd. Met ogen van min acht is mijn lijst schaamsoorten bijkans eindeloos: appelvink, groene specht, wielewaal, wespendief, zwarte specht, kruisbek, bosuil. Maar een zeearend? Voor Nico (Vogels kijken doe je zo!) ligt dat nóg gevoeliger. Lág gevoeliger moet ik zeggen, want inmiddels is de vloek van de zeearend gebroken. Voor allebei! Voor mij vandaag, in de Workumer Buitenwaard. En geloof mij, alle superlatieven die ze over de zeearend

Modern

Ezumakeeg; twee jonge grauwe franjepoten op doortrek. Bijzonder, want zeldzaam. En er zijn meer facetten opmerkelijk aan deze ragfijne vogel. Zoals zijn gelobte tenen, waardoor deze steltloper ook een uitstekende zwemmer is. Maar bovenal én een unicum; het is de man die de eieren uitbroedt en het kroost verzorgt. Ondertussen slaat de vrouw nog een andere kerel aan de haak. Moderne beestjes, die franjepoten.

Wormen

Het dieet van wilsters (goudplevieren) kan in drie woorden worden samengevat: wormen, wormen, wormen. Reden waarom goudplevieren graag gezelschap zoeken bij kieviten, die kennelijk een nóg betere neus voor wormen hebben dan goudplevieren zelf. De prijs voor dit landingsrecht betalen ze met wormen; sporadisch raken ze hun buit kwijt aan een wormenrollende kievit. Veel erger zijn de plunderende storm- en kokmeeuwen met hun driftige achtervolgingen: kleptoparasitisme. Maar meeuwen zijn op hun beurt weer uitstekende klokkenluiders, waardoor goudplevieren meer tijd kunnen besteden aan het foerageren; een weiland als delicate economie met wormen als betaalmiddel voor geleverde diensten.

Pauw

Ze zijn er weer, de brandganzen! Hoewel ze tegenwoordig ook bij ons broeden, zijn voor mij de échte brandganzen toch wel deze vogels van de arctische toendra. Die hebben nog niet dat luie parkvlees van de Hollandse tak, maar een indrukwekkend aantal vlieguren achter de kiezen. Ook hebben ze nog die trotse, pauwachtige tred; reden waarom Friezen hem Paugoes (pauwgans) noemen. En dat is altijd beter dan rotgans.

Harry Nilsson

Tussen de basaltblokken bij Kornwerderzand een vuistdik vogeltje. Het zachte roze steekt schril af tegen het harde grijs van de dijk. Een tapuit op doortrek naar Afrikaanse savannen: "Going where the weather suits my clothes."

Zonnekoning

Spreeuwen zijn echte zonaanbidders, zoals deze vogel vanmorgen in de top van de kardinaalsmuts. Alsof ze weten hoe zonlicht met hun verenpak speelt en hun prachtig palet aan blauw, paars, groen en rood onthult. En dit zonnebaden gaat vergezeld met prachtige koorzang van prevelen en stijgende en langzaam verstervende fluittonen. Maar dit moois is alleen voor degene die gepaste afstand weet te bewaren. Wie zijn kaarten overspeelt, rest vleugelgeklapper en een lege boom.

Grutte grize fûgel

Het mooie schuilt vaak in het gewone. Zoals in deze 'normale' blauwe reiger in de Oude Venen, die met een wat teruggeschroefde verzadiging toont hoe prachtig grijzen in elkaar kunnen vervloeien. Jammer van die stem.

Oog

Altijd al gefascineerd geweest door het reigeroog, zoals dat van deze grote zilverreiger achter een rietzoom in De Oude Venen. Dat koude doordringende oog dat je blijft aanstaren. Voor veel vissen, kikkers en muizen het laatste wat ze van deze wereld zullen zien; wat een ijselijk moment moet dat zijn.

MacGyver

Deze roek langs het Swettepaed was weinig schuw en liet zich tot op tien meter benaderen. Mooie kans om zijn robuuste snavel in het zonlicht te zetten. Een Zwitsers zakmes waarmee je kunt hakken, houwen, spietsen, spitten en boren. Dit laatste zó diep, dat de veren aan de snavelbasis er van slijten en de klassieke 'schurftige' roekenplek ontstaat. Een vlek die past bij deze MacGyver onder de vogels, die onder alle omstandigheden wat lekkers op tafel kan zetten.

Recent
Archief