Struikrover

Het palet van winters heideveld is doorgaans opgebouwd uit sobere tinten. Maar soms, voor wie geluk heeft, met een helder accent: een klapekster (toarnekster). Een exentrieke soort die het midden houdt tussen een zang- roofvogel. Een struikrover - geaccentueerd door zijn zwarte masker- die kevers, salamanders en muizen aan doornen of prikkeldraad spietst. Barbaars en fascinerend tegelijk. Voor Nederland als broedvogel verloren gegaan en het laatste Friese nest dateert al weer van 1957. Des te fijner dat hij zich in het winterhalfjaar uit zijn Zweedse broedgebieden laat afzakken naar 'zachtere' regio's als de onze. Zoals hier in de Duurswoudsterheide, waar hij op zijn vaste uitkijkplek zijn w

Zenuwpees

Zo halverwege oktober zoeken mijn ogen, dwalend over de landerijen, naar mijn favoriete herfsteend: de smient. In groepen van tien tot vijfhonderd stuks stofferen ze ons landschap. Smienten tref je zelden alleen. Smienten eten, vliegen en slapen samen. Als één organisme; het individu ondergeschikt aan het collectief. En altijd op hun qui-vive. Altijd bang. Bij het minste of geringste worden de koppen omhoog gestoken en kiezen ze en masse het luchtruim om na zeven rondjes weer te landen op dezelfde plaats waar gevaar hen zo-even nog de lucht injoeg. Zenuwlijders, maar wel prachtige.

Recent
Archief