Dienstmeid?

De zon wint steeds meer aan kracht, evenals de vogelzang. Tussen vrolijke vinkenslagen klinkt het droefgeestige gekoer van deze turkse tortel (Streptopelia decaocto). Dat decaocto in de Latijnse naam betekent achttien, verwijzend naar een dienstmaagd die in de mythologie jammerde om haar karige loon van achttien geldstukken. Als straf voor haar geweeklaag veranderen goden haar in een somber koerende tortelduif. En die zit uitgerekend in onze tuin.

Einzelganger

Doorgaans scharrelt de heggenmus als een muisje onder onze voedertafel, restjes oppikkend van wat mussen morsen. Een einzelganger, doof voor het twistziek gekwebbel boven hem. Maar vandaag zoekt hij het even hogerop, op onze schutting. En zó dichtbij dat ik mijzelf in zijn ogen zie weerspiegeld. Mooi beestje denk ik nog, maar hij is al weer verdwenen.

Skabbelab

De bête noir van de visserij; de aalscholver. Enkel en alleen omdat hij uit dezelfde vijver vist als wij. "Ik begin daar maar niet aan" verzuchtte natuurvorser Thijsse, als hij opnieuw aan een visserman moest uitleggen waarom ook een aalscholver de moeite van het beschermen waard is. Maar als de rationaliteit verdwenen is, is daar altijd nog de poëzie. Zoals het gedicht Oan de Skolver van Eppie Dam, waarin iedereen die de aalscholver beschimpt en beschijt een spiegel wordt voorgehouden. Onderstaand de vier slotregels: Do, skabbelab, yn dyn skibbich habyt, lit sinne skine troch dyn skurf geramte. Wit dat it folk dat dij skimpt en beskyt him alle dagen folfret sûnder skamte!

Onomatopee

Waar dat tafel van de tafeleend precies in schuilt, weet ik niet, maar zijn Friese naam karein is een onomatopee, naar het schrapende 'karr' dat de eend bij tijd en wijle roept. Een geluid dat in schil contrast staat met zijn welhaast koninklijke, met golfpatroontjes gemarmerde mantel en zijn vosrode, met een rode edelsteen gedecoreerde kop. De naam krooneend past hem beter, maar die is helaas al vergeven.

Recent
Archief