Grijs

Grijs is niet negatief, 't zet kleur in perspectief...

Écht!

Mij eerste vogelboek kreeg ik toen ik zeven was. Een charmant werkje van Ko Zweeres: Vogels om ons heen. Hóe ver om ons heen, stak bij Ko niet zo nauw, want zowel huismus als stormvogel kregen van hem een plekje. Afstand is relatief voor een lenige geest. En het was Ko die 45 jaar geleden mij voorstelde aan de groene specht (grienspjucht). Op pagina 126, met een illustratie van Rein Stuurman. Een prent zó groen, dat mijn jonge ziel er spoedig van werd doortrokken. Onaards gelijk een sprookjesvogel. 'Vrij talrijk' schreef Ko er nog bij, waarbij hij kennelijk dezelfde maatstaf gebruikte als voor zijn afstanden. Want waar ik ook zocht, nooit zag ik een groene specht. Tot afgelopen zondag. Einde

Diva

In de vijftig tinten grijs van de Anjumer akkers, zien we in mei met enig fortuin een fraai accent: de morinelplevier, broedvogel van Laplandse gebergten. Sami noemen hem Lahol, Friezen greate bûnte wylster. Wat beide volken gemeen hebben, los van hun minderheidstaal, is hun liefde voor deze kleine plevier, Want wat is hij mooi! Of beter gezegd: wat is ZIJ mooi, want tegen alle vogelconventies in, draagt de vrouw de fraaiste kleren. En de broek! Als echte diva laat ze het broeden en opvoeden aan de man, en gaat zelf op de kletter zodra ze haar laatste ei heeft gelegd. Bij ons zijn ze passanten, zei het in zeer bescheiden aantallen. Meeste kans op Lahols bieden nog de akkers langs de Friese

Das war einmal

Nog steeds en een beetje steels, terwijl veel van onze broedvogels tot hun nek in de kinderen zitten, trekt een gestage stroom vogels richting het noorden. Naar Scandinavië, waar ze in de korte arctische zomer hún kroost zullen grootbrengen. Zoals deze bosruiter (foto: Johan Kootstra), die tot 1935 nog in ons eigen hoogveen broedde. Maar 'das war einmal'; nu zien we hem alleen nog op doortrek in ondiepe zoetwaterpoelen aan de zomen van Friesland, zoals hier bij het Lauwersmeer. Deze poelen, samen met de waddenzee, zijn onmisbare vetpotten voor wie van ver komt en moet aansterken. Vetpotten waar we zuinig op moeten zijn, omdat we nooit meer 'das war einmal' mogen roepen.

In mei...

De koekoek: vogel van raadselen, klokken en een verdwaalde sportcommentator. Dat hij zijn eieren in de nesten van andere vogels legt, is genoegzaam bekend, maar hóe hij dat doet was eeuwenlang voer voor wetenschappers. Algemeen werd aangenomen dat het vrouwtje haar ei op de grond legde en deze met haar snavel in het nest van andere vogels deponeerde. Tot in 1919 de Duitse wetenschapper Ernst Nieselt in Als der Heimat de boute stelling poneerde dat de koekoek zélf zijn eieren uitbroedt, en de jongen in het nest van anderen dropt. Helaas voor Ernst werd hij door zijn tijdgenoten niet helemaal voor vol aangezien en zijn theorie werd als quatsch aan de kant geschoven. Dan verschijnt er op 12 jul

Recent
Archief