Poëet onder poëten

Als vogels een fanclub zouden hebben, geheid dat die van de zwartkop (Nettelkrûper) werd voorgezeten door Jac. P. Thijsse, de grote natuurvorser van de vorige eeuw. Mocht hij denkbeeldig even mijn pen kunnen overnemen, gegarandeerd dat hij ons binnen de kortste keren met superlatieven om de oren slaat. Uit Het Vogeljaar: "Alles is heerlijk aan den zwartkop-graschmus, de poëet onder de poëten. Een vogel wars van rang en stand die even gemakkelijk zijn liedje zingt bij deftige oude buitenplaatsen als de meest schamele hutjes. Een liedje dat begint met zacht onverstaanbaar geprevel en eindigt in een strofe, die u vervult met de reinste blijdschap en opgewektheid. Zoo edel blij als het eerste st

Zigeunerkind met traan

Natuurlijk stond de hij op mijn verlanglijstje. Kijk alleen maar naar die enorme kokkert! Toch lukte het mij nog nooit om hem op mijn netvlies te krijgen. Tot vandaag. En hoe! Pontificaal in het strijklicht van de eerste zonnestralen. Maar toch knaagt er iets. Iets onbestendigs waar ik geen vinger op kan leggen. Is het de hut van waaruit ik hem bespied? Kan zijn dat de fotohut van Han Bouwmeester, HB9 voor intimi, té comfortabel is? Is het misschien het voer dat wij rond het door mensenhanden geconstrueerde vijvertje hebben gelegd. Of de kunstmatig gestileerde takken die in het kader van alles-voor-een-mooie-foto rondom de hut zijn gespijkerd? Doet mij denken aan de mijn eerste visarend die

Recent
Archief