Dag 1,  zaterdag 18 april 2015
 

Wie boekt bij een prijsvechter krijgt wat hij verdient: een onmogelijk vertrektijd. Het is 3.15 als ons toestel zich losmaakt van Nederlandse bodem. Slapen lukt niet of slecht, maar cafeïne en adrenaline trekken ons door de nacht. Na ruim drie uur zet de piloot de daling in en als het toestel naar rechts helt, zien we Lesbos met zijn door zon oplichtende bergruggen. De landing is onverwacht ruw en samen met mijn zojuist verworven vrienden van rij F21 prijs ik het landingsgestel. Wat mensenhanden vermogen! Op het vliegveldje van Mitilini worden we snel verenigd met onze bagage en in een zucht en een scheet staan we buiten, knipogend tegen de lage ochtendzon. Onze type A-huurauto is een minuscule Hyundai. Maar toch, na even puzzelen, vinden zowel koffers als reisgenoten een plek. Ook de boomlange Sjoerd. Hij vouwt zich behendig achter het stuur en gas geeft. Koffie! 

 

Onderweg naar ons accommodatie in Anaxos, splijt ons karretje gestaag het Griekse landschap. Een gebleekt, rotsig en doornig landschap met her der, voor Hollandse begrippen, verpauperde huizen. En olijfbomen, veel olijfbomen. We drukken onze neuzen tegen het raam en noteren ons eerste bonte kraai, de Lesbosse (of is het Lesbische?) evenknie van onze zwarte kraai. We doorsnijden de zoutpannen van Skala Kalloni, de Taj Mahal voor vogelaars. Toch wint de zucht naar koffie het van de flamboyante flamingo’s. Hier komen we terug, zoveel is zeker.

 

Op het dorpsplein van Skala Kalloni drinken we koffie en laten Griekse en Engelse ontbijten aanrukken. Ook maken we kennis met de bedaagde Griekse mannen, die gezamenlijk hun dagen slijten in kleine tavernes. Veelal zwijgend en zo nu en dan een hand opstekend als een van hun kornuiten over het dorpsplein stiefelt. Ze kijken naar ons zoals wij naar onze eerste zwaluw. “Zijn ze weer” hoor je ze denken. En inderdaad, we zijn vroeg dit jaar. Misschien iets te vroeg, getuige de vele gesloten eetgelegenheden.

Gesterkt door koffie, ei en spek is ons slaap zo goed als verdwenen. We gaan vogelen en de eerste stop is het door huizen en hotels omzoomd moerasje in Skala Kalloni zelf, een plek die we vaker zullen aandoen deze reis. Hier zien we zomertalingen, zwarte ibissen en purperreigers. En héél veel zwaluwen (roodstuit- boeren- en huiszwaluw). Ons hele vakantie zal de lucht hiermee vergeven zijn. We laten ons accommodatie nog even voor wat hij is, en wandelen langs de Patamia, een riviertje ten oosten van Skala Kalloni. Hier maken we voor het eerst kennis met twee niet te missen soorten: de grauwe gors, wiens ‘vallend sleutelbosje’ overal is te horen en de kuifleeuwerik, die vaak opmerkelijk tam voor ons uit vliegt. Als we de baai naderen, zien we op een hekwerk meerdere roodkopklauwieren met hun spetterend rode petten.

De zon schijnt en de wandeling doet ons verreisde lichaam goed. Halverwege de middag rijden we dan toch naar ons appartement, maar niet zonder regelmatig te stoppen. In het berglandschap onder Petra zien wie achtereenvolgens een blonde tapuit – of het de oostelijke of westelijke variant is laat ons koud – een bruinkeelortolaan en een maskerklauwier. Het appartement is keurig, al is het bed dat ik samen met Sjoerd moet delen wel erg klein. Kennelijk van hetzelfde type A als Corendon voor zijn auto’s hanteert. Maar toch, we zijn te plak en laten ons het bier, vergezeld met voortreffelijke kaashapjes (tiropitakia) en tonijnsalade, goed smaken. Het duurt niet lang voordat de speelkaarten op tafel komen: de Ronde van Lesbos staat op het punt van beginnen. Zoals verwacht mocht worden, neemt de man met de telescoop opvallend gemakkelijk afstand. Ingetogen neemt hij de felicitaties in ontvangst, zich nog onbewust van het duistere plannen in het hoofd van de rode lantaarndrager. In de avond verkennen we kust en vallen vermoeid een restaurant binnen. Hier proosten we op de bomvolle dag die achter aan ligt.