Dag 5: woensdag 22 april 2015

 

 

Stonden we deze week al vroeg naast ons bed, vandaag spant de kroon: half vijf. We willen voor het eerste ochtendlicht bij Lake Metachi zijn, een moerasje even ten noordwesten van Skala Kalloni. Geen sinecure zo zonder tomtom en omgeven door volslagen duisternis. Maar na twee valse aanlopen is het bingo: Lake Metachi is gevonden. Precies op tijd, de eerste zonnestralen dienen zich aan en met het licht ook de vogels.

 

We hebben nog maar tien stappen gezet, of daar schuifelt in het struweel al de eerste prijs van deze dag: een klein waterhoen. Maar hoe prachtig ook, het is slechts de opmaat naar meer bijzondere ontmoetingen. In een kort tijdsbestek zien we purperreigers, dodaarzen, ralreigers, kwakken en woudaapjes. Als we het moerasje gerond hebben, is onze conclusie unaniem: ochtendstond heeft goud in de mond.

 

Terug naar Skala Kalloni zien we op een stroomdraad drie roodpootvalken, ook een vogel die je op voorhand graag wilt zien, maar waarvan je nooit zeker weet of je hem daadwerkelijk voor je lens krijgt. Na het ontbijt in Skala Kalloni door naar de ons inmiddels zo vertrouwde en gewaardeerde east river. Hier zien we, op advies van een Engelse dame (“did you see the black necks?”)  twee geoorde futen. Maar de dame heeft nog meer tips in haar ‘sleeve’: tweehonderd meter ‘upstream’ nestelt een buidelmees. Nu is de buidelmees op zich al een traktatie, zijn nest is helemaal een curiosum. Na even zoeken zien we inderdaad het kunstwerkje hangen, heen en weer wiegend in de aantrekkende wind. We zetten ons telescoop op en zien hoe man en vrouw samen de laatste hand leggen aan dit ongelooflijke bouwwerkje. We vallen in herhaling: prachtig.

 

De gestaag vallende regen die volgt, deert ons dan ook nauwelijks. We besluiten door te rijden naar de bos van Achladeri, dė plek voor de Turkse boomklever. Niet dat we hier veel waarde aan hechten; soortenjagen is nooit ons drijfveer geweest. Van teleurstelling is dan ook nauwelijks sprake als we na een half uur zoeken in het oerbos geen enkele klever zien, van welke nationaliteit dan ook. Wie we wel ontmoeten is de Engelse vrouw van vanmorgen, de kip met gouden eieren. Ze stelt ons niet teleur en steekt in onberispelijk Engels van wal: “go left, look for the stone arrow, turn 45 degrees, look for the tree with the blue bag, then  turn around and you'll see the nest.” Kan het specifieker? Zo gezegd zo gedaan, al is de volgorde waarop we de instructies afhandelen anders: eerst zien we een fotograferende dame, dan de boom met het blauwe tas en vervolgens, vlak voor onze voeten, de pijl van steen. De puzzel klopt, weldra staan we onder de nestboom van een turkse boomklever. En als was het een voorstelling, binnen vijf minuten zien we de bewoners op- en aanvliegen met voedsel voor het voor ons onzichtbare kroost. De spreekwoordelijke toef slagroom op een heerlijke dag.

 

Een dag die evenwel nog niet voorbij is. Zo zien we op de terugreis nog twee kwakken, drie roodpootvalken en in het vermaarde 'bochtje van Anaxos' een rotsklever. Deze laatste is Herman, nota bene onze scherpkijker, ontgaan. Ondanks kraakheldere aanwijzingen van Sjoerd en ondergetekende blijft hij als halsstarrig vasthouden aan zijn 'rode rots' als oriëntatiepunt. Te laat, als we gezamenlijk concluderen dat in dit hele landschap geen rode rots te bekennen is, is de vogel letterlijk gevlogen. De dag is vol, de voldoening groot, de trek stevig. We heffen het glas en gespen onze riemen vast voor een nieuwe koers in de ronde van Lesbos. En het is op deze dag dat Herman – die de hele week heeft zitten linkeballen - aan de boom schudt en ‘en danseuse’ de berg oprijdt.