Lesbos 2015

 

Het woord Lesbos is gevallen en staat op kweek. Vrienden wikken en wegen. Kinderen, snipperdagen, werk, of toch niet dát stukje mesjogge waarmee vogelaars doorgaans behept zijn: het aantal belemmerende factoren is legio. Maar toch, na een week kringelt uit drie van de vijf schoorstenen witte rook, genoeg om met de vuist op tafel te slaan: we gaan!

 

Lesbos hoeft geen introductie. Althans niet voor vogelaars. Tegen de neutrale lezer zeg ik dat Lesbos voor ons gelijk staat aan een snoepwinkel voor een kind. Zeker in het voorjaar wanneer het overspoeld wordt met vogels die het Griekse eiland als springplank gebruiken voor hun laatste sprong naar het continent.

 

Wie wel introductie behoeven zijn wij. Over mij, uw verteller, kan ik kort zijn. Mijn legitimiteit in dit resigezelschap ontleen ik aan mijn telescoop. Het apparaat moet mijn ernstige bijziendheid compenseren, wat slechts gedeeltelijk lukt. Wél ben ik gezegend met uitstekende klimmersbenen, waarmee ik vooral in lastige bergritten exceleer (zie Ronde van Lesbos).

En dan hebben we Sjoerd, benjamin en chauffeur van ons gezelschap. Zet voortreffelijke oploskoffie. Op de afbeelding (achtereind tafel) zien we hem juist bezig de spelregels van De Ronde van Lesbos naar zijn hand te zetten. Met succes, na een aanvankelijk dramatisch start, staat hij in één klap bovenaan. 
 

Vooraan zit Herman, ogen en oren van de groep en de antenne waarop vooral ik meelift. Hij is de man die in een oneindig witte sneeuwvlakte de sneeuwuil ziet, of de vrijwel onzichtbare roerdomp in een onmetelijk rietveld. Matige wielrenner; het zijn voornamelijk de kleinere rondes waar hij zijn kruimels opzuigt.

 

Met dit gezelschap reis ik af. Het is 18 april 2015, als we in het holst van de nacht de afsluitdijk oversteken.