Grienskonk


Wie in augustus langs de slenken van het Noorderleech slentert, komt ze vroeg of laat tegen: groenpootruiters. Direct na de broedtijd zijn ze afgezakt uit hun noordelijke broedgebieden in Scandinavië en Rusland en tanken hier bij voor hun reis naar Afrika. Een echte nazomervogel die aan de zweem groen in zijn poten namen dankt als greenshank (Engels), Grünschenkel (Duits) en grienskonk (Fries). Voor mij dekt de Latijnse soortnaam Nebularia (mistflard, wolk) de lading meer; bij het minste of geringste gaat hij op de wieken en lost op in de nevels van de kwelder.

Archief