Pieperrommel


Ik ken een vogelaar die steevast ‘pieperrommel’ roept wanneer ondefinieerbare bruine vogeltjes zijn pad kruizen. En inderdaad, piepers zijn lastig te determineren. Zeker 'najaarspiepers’ waar vaak smaak noch kraak aan zit. Maar hoe anders is dat in het voorjaar! Neem het pakje van deze boompieper met zijn gedekte bruinen en gelen; dat mag je toch op zijn minst smaakvol noemen. En dan zijn zang! Het treurige ‘piep’ van de winter is vervangen door welhaast nachtegaalachtige strofen, krachtig en melodieus. En opgevoerd in de vlucht, alsof de vogel door zijn eigen tonen omhoog wordt geblazen. En wanneer de klanken versterven in een droefgeestig ‘wee, wee, wee’ laat ook hij zich uit het zwerk vallen, alsof de lucht letterlijk uit zijn longen is gezogen. Een heerlijk schouw- en hoorspel voor wie zich in mei aan de rand van een kaalgeslagen bos nestelt.

Archief