Poëet onder poëten


Als vogels een fanclub zouden hebben, geheid dat die van de zwartkop (Nettelkrûper) werd voorgezeten door Jac. P. Thijsse, de grote natuurvorser van de vorige eeuw. Mocht hij denkbeeldig even mijn pen kunnen overnemen, gegarandeerd dat hij ons binnen de kortste keren met superlatieven om de oren slaat. Uit Het Vogeljaar:

"Alles is heerlijk aan den zwartkop-graschmus, de poëet onder de poëten. Een vogel wars van rang en stand die even gemakkelijk zijn liedje zingt bij deftige oude buitenplaatsen als de meest schamele hutjes. Een liedje dat begint met zacht onverstaanbaar geprevel en eindigt in een strofe, die u vervult met de reinste blijdschap en opgewektheid. Zoo edel blij als het eerste stuk van Beethovens zevende symfonie. De mooie, grote, bruine ogen kijken u rustig aan, het lichaam, van den sierlijksten vogelvorm, wiegt in volkomen evenwicht op de slanke grauwe pootjes. Een vogel die wij Nederlanders niet heel goed kennen, maar die toch lang niet zeldzaam is en een dier, met wiens kennismaking uw leven zeer verrijkt wordt."

Kijk, dat is pas een liefdesverklaring! En hij heeft gelijk. Wie zich de blije strofe van de zwartkop eigen maakt (DOEN!), kan in mei zijn hart ophalen wanneer overal om ons heen die "wonderschoone riedel vol tempo en rythmus" over ons wordt uitgestort. "Zoo schoon dat uw leven zeer wordt verrijkt." Mee eens!

Archief